Vroeger kwam het gewoon in me op. Ik begon met schrijven en een kwartier later had ik een pagina vol en er stond nog wat zinnigs ook. Het was mijn manier van verwerken. Ik schreef mijn gevoelens ‘weg’, schepte orde in mijn hoofd door te schrijven.

De laatste tijd ben ik wat inspiratieloos. Ik heb wel veel in mijn hoofd, dingen die ik leer van de opleiding die ik doe, maar ook door wat ik allemaal meemaak in mijn leventje. Toch weet ik soms de woorden niet te vinden. Vroeger en dan bedoel ik een aantal jaar geleden, dan kon ik dat niet hebben. Dan bleef ik net zolang zitten tot ik de woorden wel vond. En je raadt het al: dan kon ik lang blijven zitten.

Na een uur voor me uit staren was ik dan gefrustreerd en boos en had ik nog steeds geen woord op papier. Ok√©, op m’n scherm dan.

Nu probeer ik dat los te laten. Lukt niet altijd hoor. Maar ik probeer toch dan gewoon dat lege scherm of dat lege blad weg te leggen. Vaak als ik dan een uur later weer iets probeer te schrijven, lukt het wel!

En dat is eigenlijk met alles zo, toch?

Forceren helpt ons niet. Tuurlijk, alles wat je aandacht geeft groeit. Maar forceren, de extreme hierin, werkt ons tegen. Als we soms ergens middenin zitten, kunnen we het ook niet meer overzien.

Even afstand nemen en er als een helikopter boven gaan hangen is dan een beter idee. Dan overzie je, in plaats van dat je participeert. En dat kan soms leiden tot nieuwe, gave inzichten. Tot nieuwe teksten schrijven. Tot rust.

En stiekem denk ik dat we als mens uiteindelijk daar naar terug willen: rust.