Het is woensdag middag. Ik heb het druk op mijn werk. Mijn mailbox blijft maar vollopen, hoe hard ik de mails ook probeer weg te werken. Ik neem later dan gepland pauze en wordt gebeld door thuis. “Elena is ziek. Kun je naar huis komen?”. Even twijfel ik. Ik heb het zo druk! Maar ze hebben gelijk. Dochterlief heeft voorrang. Ik meld me af op mijn werk en ga naar huis. Thuis wacht mijn lieve meisje op me en probeer ik dat weekend zo goed mogelijk voor haar te zorgen.

Want wat zou ik het graag van haar overnemen.

Mijn moeder zei dit wel eens tegen mij. Dat ze zo graag mijn pijn over zou nemen. Vroeger zei ze dit al eens als ik ziek was of als ze vertelde over toen ik als baby in het ziekenhuis lag. Later zei ze het weer terwijl ik aan het bevallen was.

Trust me, mom, deze wou je niet overnemen!

Ik vond het lief, maar ik begreep het niet. Tot ik mijn hummeltje in mijn armen had. Toen ik zag hoe een simpel pijntje al zoveel losmaakte in me. Al was het een krampje, al was het de onmacht van het groot worden waar ze last van had.

Ik wilde het allemaal overnemen.

Toch kun je je kind niet tegen alles beschermen. Hoe graag je misschien ook zou willen. Ik zou letterlijk mijn leven geven voor haar. Letterlijk door het vuur gaan. En de grappige kant: wat word ik gelukkig van zo’n smerige mond open kus. All-in, mond open, tong eruit en genieten van zo’n lebber van je kind. Ik neem afgekloven, natte stukjes brood aan en eet ze op, ik ruim de smerigste poepluiers vol liefde op en ik peuter haar neus leeg als ze wakker wordt met een aangekoekte snotneus.

Dat doe je voor je kind.

Omdat je van ze houdt.

Omdat je de hele wereld voor ze over hebt.

Omdat zij jou wereld zijn.

Liefs,
Esther